Producten >
Trappen >
ABC van de trap
ABC van de trap
Een trap plaatst u doorgaans maar één keer in uw leven. En bij de keuze en het uittekenen van de trap wordt u al meteen met alle mogelijke termen uit het vakjargon om de oren geslagen. Om beslagen op het ijs te komen, zetten we voor u de voornaamste begrippen op een rijtje.
Trede: dit is het vlak waar u met de voet op steunt. Idealiter is dit tussen 25 en 30cm diep om een goede stapbasis te hebben.
Optrede: de afstand van de bovenkant van een trede tot de bovenkant van de volgende trede.
Aantrede: de afstand tussen de neuzen van de twee treden
Verdreven trede: deze trede zit niet loodrecht in de trap verwerkt, maar in een hoek om bijvoorbeeld een bocht in de trap te maken. Verdreven treden worden best vermeden uit veiligheidsreden.
Hellingsgraad: de ideale stijgingshoek voor een trap naar de verdieping bedraagt ongeveer 41°.
Doorloophoogte: dit is de hoogte tussen de trap en bovenliggende niveaus. Een geschikte hoogte is minimaal 2 meter om te vermijden dat grotere mensen hun hoofd stoten.
Overloop: dit is een rustvlak tussen twee trappen. Ook bordes genoemd. Dit kan een oplossing zijn om verdreven treden te vermijden.
